Joanne Veluwenkamp

Onderwijskundige aan de vakgroep Gezondheidszorg & Welzijn van het instituut Archimedes

Toen we haar spraken was het precies een jaar geleden dat ze de kogel door de kerk joeg. Joanne werkte al zes jaar bij een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking, een branche van steeds harder hollen in steeds minder tijd. En ineens dacht ze, terwijl ze vanaf de bank met een kort lontje naar de kerstboom zat te staren: word ik hier nou écht gelukkig van? Nee dus, en meteen de eerste maandag na de vakantie nam ze ontslag. Lachend: “Ik stond er zelf van te kijken.” Haar vriend Frank overigens ook: had ze dat niet eerst even kunnen overleggen? De hypotheek! De kinderen! Maar haar besluit was genomen: klaar was klaar.

Ik geef les, maar LEER HIER MEER
dan ik ooit heb gedaan

En toen? Nou, toen ging ze eerst maar eens de caravan pimpen. En het rommelhok opruimen. En gordijnen naaien, want: “wil je je bewust worden van bepaalde situaties, heb je eerst ruimte nodig in je hoofd.” Toen die ruimte er eenmaal was, legde ze een lijstje aan van voorwaarden waaraan de nieuwe baan moest voldoen: maximaal drie dagen, op fietsafstand en met de nodige verantwoordelijkheid. Maar niet te veel gehang aan haar rokken, want een mens kan maar zoveel bordjes tegelijk omhooghouden. En o ja: ooit wilde ze nog eens voor de klas staan.

Entree HU, waar ze inmiddels lesgeeft aan mensen die later zelf les gaan geven. En ze had het van tevoren niet kunnen bedenken, maar ze is nog nooit ergens zó op haar plek geweest. “Ik ben die irritante collega die elke ochtend binnenkomt met zo’n smile op zijn gezicht.”

Het zit ’m in haar studenten, aan wie ze zoveel lol beleeft. Het zit ’m in het feit dat ze zelf elke dag bijleert, en dat ze dus elke dag van haar fouten kan herstellen. Joanne: “Ik sta nog maar net voor de klas, dus natuurlijk maak ik blunders, dan weet ik bijvoorbeeld het antwoord niet op een vraag. Maar alles wat ik op dinsdag niet weet, heb ik op woensdag opgezocht.” Ook mooi: dat ze er daardoor achter gekomen is dat ze eigenlijk heel goed is in improviseren. En misschien zit het ’m er wel gewoon in dat ze bij deze baan eindelijk doet wat ze wel goed kan, in plaats van wat ze níet goed kan, en dat ze die verandering zelf tot stand heeft gebracht. “Het voelt alsof ik weer in mijn kracht sta, in plaats van in de overlevingsstand. En de hoeveelheid energie die je daaraan overhoudt, is ongelooflijk.”
En Frank? Die is natuurlijk apetrots.

Bekijk de vacatures